
Door de vergrijzing en de ontgroening stijgt de gemiddelde leeftijd op de arbeidsmarkt. Veel organisaties verwachten hierdoor problemen in de nabije toekomst, maar weinig doen er al iets aan. Enkele problemen zijn inflexibiliteit binnen de organisatie, gebrek aan goede doorstroom, maar vooral het verlies van waardevolle senioren medewerkers en daarbij hun opgebouwde kennis, ervaring en expertise. BEDRIJF X ziet de eigen werkpopulatie vergrijzen. 274 medewerkers, wat een kwart van hun totale werkpopulatie is, is reeds 50 jaar of ouder. Om de risico’s van de grote verwachte uitstroom beter te managen is huidig onderzoek uitgevoerd. De vraag is hoe BEDRIJF X ervoor kan zorgen dat de opgebouwde kennis en ervaring niet zomaar uit de organisatie verdwijnt. Daarbij is het voor een R&D organisatie van groot belang om innovatief te blijven. Voor organisaties als deze is innovatie de sleutel om concurrentievoordeel te creëren en succesvol te zijn. Dus naast het delen van kennis is het voor deze populatie ook van groot belang om zo veel mogelijk innovatief gedrag te blijven vertonen.
Er wordt binnen dit onderzoek aangenomen dat werktevredenheid en een positieve houding ten opzichte van HR praktijken belangrijke voorwaarden zijn voor gedrag binnen organisaties en dat deze centraal staan in het begrijpen en managen van organisatiegedrag. Het doel van huidig onderzoek is om aan de hand van cross-sectioneel exploratief onderzoek, te kijken naar wat BEDRIJF X kan doen om kennis deling en innovatief gedrag te stimuleren. Dit door middel van het creëren van de juiste condities op het gebied van werktevredenheid en HR praktijken. De onderzoeksvraag luidt: Wat kan BEDRIJF X doen om de 50-65 werkpopulatie te stimuleren om hun kennis te delen en innovatief gedrag te vertonen wanneer je kijkt naar werktevredenheid en houding ten opzichte van HR praktijken.
Om dit te onderzoeken is via email een vragenlijst uitgestuurd naar 274 medewerkers binnen BEDRIJF X met een leeftijd tussen de 50 en 65 jaar. 192 compleet ingevulde vragenlijsten zijn gebruikt voor analyses. In de vragenlijst worden naast persoonlijke gegevens als leeftijd, geslacht en werkniveau, de variabelen werktevredenheid, houding ten opzichte van HR praktijken, kennisdeling en innovatief gedrag gemeten. Werktevredenheid wordt gemeten op twee verschillende dimensies. (1) Intrinsieke werktevredenheid; welke verwijst naar de tevredenheid met het soort werk en de taken die deel uitmaken van de baan, zoals afwisseling, creativiteit en autoriteit. (2) Extrinsieke werktevredenheid; welke verwijst naar tevredenheid met de voorwaarden van het werk zoals loon, supervisie en erkenning. De vier HR praktijken binnen het huidige onderzoek zijn training- en ontwikkelingsmogelijkheden, werken op project basis, werken in intergenerationele teams en mentor relaties.
Aan de hand van statistische analyses met het rekenprogramma SPSS zijn de vragenlijsten geanalyseerd en zijn interessante bevindingen naar voren gekomen. Zo blijkt ten eerste dat er geen verschil is in leeftijd wanneer je kijkt naar de scores op werktevredenheid, houding ten opzichte van HR praktijken, kennis delend en innovatief gedrag. Dit betekent dat de onderzochte groep gelijkwaardig is op basis van leeftijd en ook zo behandeld mag worden wanneer BEDRIJF X interventies wil toepassen om de kennisdeling en het innovatieve gedrag te stimuleren. Verder is gebleken dat medewerkers die meer kennis delen en meer innovatief gedrag vertonen ook een hogere intrinsieke werktevredenheid hebben en een positievere houding ten opzichte van HR praktijken. Als BEDRIJF X dus kennisdeling en innovatief gedrag wil bevorderen zouden zij aandacht kunnen besteden aan het verhogen van de intrinsieke werktevredenheid en aan het verhogen van de houding ten opzichte van training en ontwikkelingsmogelijkheden, het werken op projectbasis, het werken in intergenerationele teams en mentor relaties. Hoe precies de houding ten opzichte van deze HR praktijken verbeterd zou kunnen worden en welke factoren daarbij een rol spelen zou verder onderzocht kunnen worden binnen bijvoorbeeld focus groepen. Deze focus groepen zouden dan moeten bestaan uit medewerkers binnen de onderzochte populatie.

