Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Complexe samenwerking in bedrijven: De toegevoegde waarde van generalisten | Expertisecentrum Human Resource Management & Organizational Behavior

Complexe samenwerking in bedrijven: De toegevoegde waarde van generalisten

door Thom de Vries

Onderzoek

Samenwerking tussen organisatieonderdelen (bv. tussen marketing en logistieke teams) is belangrijk voor de effectiviteit, efficiëntie en integraliteit van een organisatie. Helaas is dergelijke samenwerking ook bijzonder complex, omdat medewerkers van bijvoorbeeld marketing en logistiek elkaar vaak minder goed kennen, andere doelen nastreven, andere werkwijzen hanteren en andere technologieën gebruiken. Het vergt daarom een intensief HRM-beleid om organisatie-brede samenwerking mogelijk te maken. Eén van de belangrijkste strategieën om samenwerking te versterken is het trainen of roteren van medewerkers in verschillende organisatiegebieden, zoals marketing en logistiek. Dergelijke training en rotatie zorgt voor zogenaamde ‘generalisten’, oftewel medewerkers die gewerkt hebben in verschillende vakgebieden. Er heerst echter veel controversie omtrent deze HRM-strategie en het is onduidelijk hoe en wanneer generalisten bijdragen aan organisatie-brede samenwerking. In dit artikel probeer ik hier duidelijkheid over te geven.

Enerzijds worden generalisten gepositioneerd als katalysatoren voor organisatie-brede samenwerking. Generalisten worden geacht kennis te verzamelen over de werkwijzen, doelen en technologieën van verschillende organisatieonderdelen, waardoor ze een afdelingsoverstijgend perspectief ontwikkelen. Dit zou het mogelijk moeten maken voor generalisten om verschillen tussen afdelingen te overbruggen en de samenwerking binnen een organisatie te versterken. Anderzijds worden generalisten juist geacht minder goed in staat te zijn om samen te kunnen werken met andere partijen. Volgens dit perspectief zijn generieke experts een utopie, omdat elke persoon zich maar kan specialiseren in een gelimiteerd aantal vakgebieden, aangegeven met het spreekwoord “12 ambachten, 13 ongelukken”. Een brede werkachtergrond of training zou daarom kunnen resulteren in een oppervlakkig begrip van meerdere vakgebieden, zonder diepgaande kennis in één van deze specialismes. Hierdoor wordt het onmogelijk voor generalisten om diepgaande, complexe samenwerkingen met andere organisatieonderdelen aan te gaan. Daarnaast zou deze oppervlakkige vakkennis de legitimiteit van generalisten teniet doen als competente samenwerkingspartners.

Ondanks deze controversie, is het nooit onderzocht of en hoe generalisten bijdragen aan de samenwerking binnen een organisatie. Organisaties gaan er simpelweg vanuit dat het positieve perspectief juist is en investeren veel in het trainen van generalisten, bijvoorbeeld door managementontwikkelingstrajecten of personeelsroulatie tussen organisatieonderdelen. Of generalisten toevoegen aan de samenwerking binnen organisaties is daardoor nog steeds onduidelijk. Daarnaast is het niet helder of generalisten hun eventuele capaciteiten ook daadwerkelijk gebruiken voor samenwerking. Om deze punten te verhelderen, heb ik onderzoeken uitgevoerd binnen een gemeente en een internationale vredesmissie. De resultaten laten zien dat generalisten de capaciteit ontwikkelen om samen te kunnen werken met diverse partijen. Verder blijkt dat generalisten niet altijd deze capaciteiten gebruiken voor samenwerking. In sommige gevallen verhinderen generalisten zelfs de samenwerking tussen organisatieonderdelen.

Mijn onderzoeken laten zien dat generalisten met werkervaring in meerdere vakgebieden uitermate goed in staat zijn samen te werken met diverse partners, maar niet omdat deze personen specifieke expertise ontwikkelen in meerdere vakgebieden. In plaats daarvan, ontwikkelen generalisten namelijk een generiek inschattingsvermogen waarmee ze snel de acties van samenwerkingspartners kunnen herleiden tot de onderliggende capaciteiten, motieven en persoonskernmerken van deze personen. Dit maakt het vervolgens mogelijk om rekening te houden met afwijkende achtergronden en voorkeuren tijdens samenwerkingen met andere bedrijfsonderdelen. Generalisten kunnen daardoor goed communiceren met externe medewerkers. Ook zorgt dit inschattingsvermogen ervoor dat een generalist zich bewust is van de verschillen die bestaan tussen zichzelf en samenwerkingspartners. Dit helpt generalisten om complicaties te managen tijdens samenwerkingen die kunnen ontstaan door de verschillende capaciteiten, motieven en persoonskenmerken van samenwerkingspartners. Kortom, generalisten hebben de potentie om complexe samenwerkingen aan te gaan met leden van andere organisatieonderdelen.

Helaas blijkt ook dat generalisten dit inschattingsvermogen selectief gebruiken voor samenwerking. Alleen wanneer generalisten zich sterk verbonden voelen aan de collectieve organisatie, wordt het inschattingsvermogen gebruikt om de samenwerking binnen deze organisatie te versterken. In deze situatie zijn generalisten gemotiveerd bij te dragen aan de collectieve organisatie door tijd en moeite te investeren in organisatie-brede samenwerking. Wanneer generalisten zich echter minder sterk verbonden voelen aan de organisatie, wordt het inschattingsvermogen juist gebruikt om samenwerkingen zoveel mogelijk te beperken. In deze situatie zijn generalisten niet gemotiveerd om veel tijd en moeite te investeren in de samenwerking tussen bedrijfsonderdelen, waardoor de intensiteit waarmee deze personen samenwerken met andere bedrijfsonderdelen sterk afneemt. Hoe dit precies in zijn werk gaat is nog onduidelijk. Het is mogelijk dat wanneer generalisten zich niet sterk identificeren met de organisatie, ze hun inschattingsvermogen gebruiken om de vaak tijdrovende en stressvolle samenwerkingen met andere organisatieonderdelen te ontwijken. Zo zouden generalisten hun inschattingsvermogen kunnen gebruiken om externe samenwerkingspartners juist buiten de deur te houden. De aanwezigheid van generalisten binnen een organisatie lijkt daarom niet genoeg om samenwerking tussen organisatieonderdelen te bevorderen; deze personen moeten daarnaast actief gemotiveerd worden om samenwerkingsactiviteiten te ondernemen.

Tot slot

Dit onderzoek is onderdeel van het promotieonderzoek van Thom de Vries naar de antecedenten van organisatie-brede samenwerking. Dit project wordt ondernomen in samenwerking met TNO en de Nederlandse Defensie Academie. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Thom de Vries.

Bookmark and Share