Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Hoe plaatsen binnen rangordes ongeoorloofd gedrag motiveren | Expertisecentrum Human Resource Management & Organizational Behavior

Hoe plaatsen binnen rangordes ongeoorloofd gedrag motiveren

door Tim Vriend

Onderzoek

Het moderne bedrijfsleven wordt gedomineerd door prestatie indicatoren. Door deze indicatoren te kwantificeren, kunnen managers (rang)orde scheppen uit chaos. Het gevolg hiervan is een veelvoud aan (zeer nauwkeurige) rangordelijsten waaruit wij precies kunnen opmaken hoe goed werknemers eigenlijk werken. Hoewel een dergelijke lijst in veel gevallen een goede motivator kan zijn, kan het soms ook verkeerde motivatie opwekken. Zo tonen recente schandalen in het bankwezen en de (wieler)sport aan dat mensen ver gaan om bovenaan zulke lijsten te eindigen. Individuen kunnen dus gemotiveerd worden om slechte gedragingen te vertonen als dit functioneel is voor het behalen van hoge rangordes. Echter, zou dit gedrag beperkt zijn tot deze hogere rangordes, of zouden lagere rangordes dit effect ook teweeg kunnen brengen? Deze vraagstelling hebben mijn collega’s en ik in een reeks experimenten onderzocht.

In de eerste reeks van deze experimenten hebben wij gekeken of mensen binnen verschillende rangordesituaties bereid zijn om ongeoorloofd gedrag – onethische gedragingen die anderen schaden – te vertonen. Wij gaven participanten één van vijf verschillende scenario’s. De crux van deze scenario’s was dat de participanten op een gelijke plaats stonden met hun rivaal. Voor sommige participanten was dit de laatste plaats, voor sommige de middelste, en voor sommige de hoogste plaats. Het enige wat deze plaatsen onderscheidde was de mate van prestige, waarbij men er vanuit mag gaan dat de laagste plaats het minst prestigieus is en de hoogste plaats het meest. Na het lezen van het scenario vroegen wij hoe bereid participanten waren om ongeoorloofd gedrag te vertonen als dit ze zou helpen om de hogere van de twee plaatsen te behalen. Uit de resultaten van dit experiment bleek dat men in een rangorde waarin louter prestige een rol speelt meer bereid is om ongeoorloofd gedrag te vertonen voor de hoogste plaats dan voor de laagste of middelste plaats. Daarbij waren er geen verschillen tussen de laagste en middelste plaats.

In de ‘echte wereld’ zijn echter weinig rangordes waarin louter prestige een rol speelt; in de meeste competities waarin rangordes zich voordoen heeft het behalen van de hoogste of de laagste plaats wel degelijk een consequentie. Dit zouden zowel directe als indirecte consequenties kunnen zijn. Een voorbeeld van een directe consequentie zou kunnen zijn dat je een straf of beloning krijgt als je (niet) op een bepaalde plaats eindigt. Een voorbeeld van een indirecte consequentie zou kunnen zijn dat bepaalde partijen geen zaken meer met je willen doen omdat je een ‘te lage’ plaats hebt, of juist wel zaken met je willen doen omdat je een ‘hoge’ plaats hebt. Dit zou best wel eens de reden kunnen zijn dat wij in onze eerdere experimenten geen verschil vonden voor de laagste plaats: wat maakt het, los van prestige, nou uit of je nou laatste of een-na-laatste bent als er toch geen consequentie aan verbonden is?

Dit hebben wij in een tweede reeks experimenten proberen te onderzoeken. In deze experimenten gebruikten wij dezelfde scenario’s als in de eerste reeks experimenten, maar voegden wij een negatieve consequentie (straf) aan het bezitten van de laagste rang en een positieve consequentie (beloning) aan het bezitten van de hoogste rang. In deze experimenten vonden wij dat mensen die gelijk stonden voor de laatste plaats meer bereid waren om ongeoorloofd gedrag (zoals de intentie om de liegen, bedriegen, of saboteren) te vertonen dan mensen die gelijk stonden voor de middelste of zelfs de hoogste plaats. Men was nog steeds meer bereid om dit te doen voor de hoogste dan voor de middelste plaatsen. Dit toont dus aan dat verliezen zwaarder weegt dan winnen.

Praktisch gezien heeft dit een aantal belangrijke implicaties. Ten eerste toont het aan dat rangordes – zoals lijsten met de best presterende werknemers – niet per definitie goed zijn. Hoewel zulke rangordes mensen wel degelijk motiveren, kan het ook de verkeerde motivatie oproepen waarbij het doel om een bepaalde plaats te verkrijgen of te vermijden belangrijk genoeg wordt om een scala aan (ongeoorloofde) middelen te heiligen. Managers zouden er goed aan doen om hier extra oplettend op te zijn. Een tweede implicatie is dat het niet alleen de top van de rangorde is waarbij ongeoorloofde middelen gebruikt worden. Ook aan de onderkant van de rangorde is een strijd gaande waar geen middel geschuwd wordt. Managers zouden er dan ook goed aan doen om ook aandacht de richten aan die kant van de rangordelijsten. Dus, mensen zijn bereid om voor potentiële plaatsen op een rangorde ongeoorloofd gedrag te vertonen, als die plaatsen maar waarde hebben.

Bookmark and Share