Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Warning: Creating default object from empty value in /srv/psa05/hrmexpertise.nl/subdomains/blog/httpdocs/wp-content/plugins/download-monitor/classes/download_taxonomies.class.php on line 156 Wereldkampioenen | Expertisecentrum Human Resource Management & Organizational Behavior

Wereldkampioenen

door Peter van der Meer

Onderzoek

Nederlandse vrouwen zijn wereldkampioen deeltijd werken. Het percentage Nederlandse vrouwen dat in deeltijd (tussen 15-30 uur per week) werkt steekt met kop en schouders uit boven dat van elk ander land. Telkens komt de vraag weer terug of dit nu goed is of niet. Hier wordt verschillend tegenaan gekeken. Vanuit veelal feministische hoek wordt gezegd dat deeltijdwerk weliswaar de arbeidsparticipatie van vrouwen verhoogt, en in die zin bijdraagt aan de emancipatie van vrouwen, maar dat deeltijdwerk vrouwen belemmert in hun verdere ontwikkeling, carrière en vooruitgang. Deze vraag – is het goed of slecht –   speelt niet alleen in Nederland, maar ook in andere West-Europese landen. Dat was een belangrijke reden voor een groep onderzoekers uit Engeland, Zweden, Duitsland en Nederland een landen vergelijkend onderzoek uit te voeren naar de kwaliteit van het werk en de arbeidstevredenheid van in deeltijdwerkende vrouwen[1].

In dat onderzoek staat de vraag centraal hoe het nu gesteld is met de kwaliteit van het deeltijd werk. Daarbij is gekeken naar ‘objectieve’ kenmerken van het werk, zoals mate van autonomie, de mate van repeterende handelingen in het werk, ontwikkelingsmogelijkheden en de werkdruk; of deze ‘objectieve’ kenmerken zich ook vertalen in ‘subjectieve’ kenmerken zoals lagere baantevredenheid; en of er daarbij nog verschillen tussen de vier landen te vinden zijn, gezien de grote institutionele verschillen tussen deze landen.

De resultaten van het onderzoek zijn verrassend eensluidend. In al de vier landen vinden we dat in deeltijdwerkende vrouwen minder mogelijkheden hebben nieuwe dingen te leren op het werk. Repeterend werk wordt in de landen evenveel gedaan door voltijd als deeltijd werkende vrouwen. Voltijdwerkende vrouwen en mannen hebben een grotere mate van autonomie dan in deeltijdwerkende vrouwen. Ook vinden we dat in deeltijd werkende vrouwen minder werkdruk ervaren dan voltijd werkende vrouwen. Ondanks grote institutionele verschillen tussen de landen, zoals de mate van sekse-segregatie op de arbeidsmarkt, de timing van de ontwikkeling van deeltijdwerk en de rol van de vakbonden in de arbeidsverhoudingen, vertaalt dit zich niet in grote verschillen in de ‘objectieve’ kenmerken van het deeltijdwerk.

Gegeven de gevonden slechte ‘objectieve’ kenmerken van het deeltijdwerk (minder autonomie, minder ontwikkelingsmogelijkheden), zou je verwachten dat in deeltijdwerkende vrouwen minder tevreden zouden zijn met hun baan dan voltijdwerkende vrouwen. Dat blijkt echter niet het geval te zijn. In deeltijdwerkende vrouwen zijn minstens even, zo niet meer, tevreden dan voltijdwerkende vrouwen. Dit komt niet omdat in deeltijdwerkende vrouwen minder belang zouden hechten aan de ‘objectieve’ kenmerken. Zo vinden in deeltijdwerkende vrouwen werkdruk even slecht als voltijdwerkende vrouwen. Voor zover wij dat hebben kunnen achterhalen zit het hem puur in het aantal gewerkte uren. In deeltijdwerkende vrouwen zijn tevredener met hun arbeidsuren dan voltijdwerkende vrouwen en hebben daarom ook een hogere arbeidstevredenheid.

Terugkomend op de openingsvraag of deeltijdwerken al dan niet goed is voor vrouwen, moeten we concluderen dat zowel voor- als tegenstanders gelijk hebben. Tegenstanders hebben gelijk in de zin dat deeltijdwerk in ‘objectieve’ zin slechter is dan voltijdwerk en dat het, onder andere, aan ontwikkelingsmogelijkheden ontbreekt. Voorstanders hebben gelijk in de zin dat in deeltijdwerkende vrouwen tevredener zijn met hun baan dan voltijdwerkende vrouwen, en dan vooral tevreden met hun arbeidsuren. Gelet op het laatste zou ik[2] zeggen dat voltijdwerken zeker niet ideaal is. Maar gelet op het eerste – het gebrek aan ontwikkelingsmogelijkheden bij deeltijd – zou ik tegen vrouwen zeggen die carrière willen maken, vooral niet in deeltijd te gaan werken, dat is: ten minste vier dagen in de week te blijven werken en er dan vol voor te gaan.



[1] Gallie, D., Gebel, M., Giesecke, J., Halldén, K. Van der Meer, P.H. en Wielers, R. ‘Quality of work and job satisfaction: comparing female part-time work in four European countries.  International Review of Sociology, accepted for publication

[2] Ook ik, man, werk in deeltijd en ben daar zeer tevreden mee.

Bookmark and Share